Plensa legt de ziel in zijn reusachtige beelden in Skulpturenpark Waldfrieden Wuppertal

april 15th, 2014

Reusachtige sculpturen in de vorm van mensen die bestaan uit letters, woorden of muzieknoten. Deze ‘verhalen’ van mensen staan op grote stenen in een omgeving waar natuur en cultuur lijken te versmelten. Deze prachtige beelden van de Spaanse kunstenaar Jaume Plensa(1955) zijn te zien in het Skulpturenpark Waldfrieden in Wuppertal dat is opgericht door het Tony Cragg Foundation.

Plensa’s sculpturen zijn gesitueerd in en rondom het prachtige glazen huis, dat is ontworpen door architect Rudolf Hoppe. De transparantie van de ramen, die je in direct contact brengen met de natuur, versterken de doorzichtigheid van de sculpturen. Het stellen mensen met opgetrokken knieën voor en omdat alleen de huid wordt weergegeven door de metalen letters, woorden en muzieknoten, kun je er dwars doorheen kijken. Een prachtig samenspel tussen de architectuur en de werken van Jaume.

Poëzie

Jaume Plensa, een energieke man, zit vol verhalen, vol ideeën. Hij leidde ons rond langs zijn beelden en weet gepassioneerd over zijn werk en over zijn kijk op het leven te vertellen. Zo ziet hij de gedachten van dichters rondzweven in de lucht en samenkomen in het werk genaamd Thoughts (2013). Dit werk bestaat uit flarden van poëzieteksten van dichters als Blake, Valente en Canetti. Mensen zijn meer dan vlees en bloed, lijkt het werk te willen zeggen. Plensa wil de schoonheid van het leven, die hij ziet in de poëzie, overbrengen.

Muziek

Plensa ging heel even op zijn hurken in de sculptuur Silent Music (2013) met muzieknoten zitten; het werk bestaat uit een vioolpartituur en heeft een duidelijke opening, zodat je erin kan. Jaume heeft goede herinneringen aan de muziek. Zo kroop hij als klein jongetje in de piano, wanneer zijn vader ging spelen en omvatte op dat moment de muziek zijn hele wereld. Dit verhaal is kenmerkend voor dit werk, de persoon bestaat puur uit muziek. Zo lijken verschillende disciplines in één werk te worden verenigd, terwijl je de muziek alleen in je hoofd kunt horen. Zijn verhaal maakt dat het beeld gaat leven.

Natuur

Ook het samenspel tussen zijn sculpturen en de natuur komt in Skulpturenpark Waldfrieden uitstekend uit de verf. De grote, logge steen, wat het fundament is voor zijn werken, past precies in de idyllische omgeving. De passie van Jaumes persoonlijkheid en zijn verhalen wakkert het vuur in de werken aan. Zo ontstaat er een prachtige energie rondom de werken van Jaume en krijgen de transparante sculpturen een ziel.

Naast de prachtige werken van Jaume Plensa, kun je in de enorme beeldentuin de permanente collectie van beelden van Tony Cragg bewonderen. 

Tags: , , , , , , , , , , , , ,
Posted in Kunst, Recensie, Tip | No Comments »

Internationale schrijvers aan het woord op slotdag van City2Cities: “I am here to answer for my crimes”

april 15th, 2014

In het prachtige, monumentale Paushuize viert City2Cities de laatste dag van het festival. Met Budapest en Dublin als hoofdsteden van deze editie biedt de slotdag Hongaarse en Ierse schrijvers, maar ook andere internationale gasten. Bovendien geven veel Nederlandse schrijvers acte de présence. Hoogtepunt blijkt echter de 83-jarige Edna O’Brien.

De laatste festivaldag staat op het punt te beginnen en iedereen spoedt zich naar de ‘balzaal’ voor de officiële opening. Het is een indrukwekkende zaal met prachtig beschilderde muren en mooi bewerkte plafonds. De klanken van het Nederlands, Engels, Hongaars en Iers vullen al gauw de bijzondere ruimte.

Van zaal naar zaal

Na de opening barst ook in de zes andere festivalzalen de middag los. De bezoekers bewegen zich van zaal naar zaal, trap op trap af, om hun favoriete schrijvers te kunnen zien. Er moeten keuzes gemaakt worden, alles zien is helaas onmogelijk. Wie kiest voor Dolf Jansen hoort hem op zijn eigen komische wijze vertellen over zijn Ierse roots en over het boek dat hij daarover maakte met zijn vriendin. In een zaal verderop bespreken Nederlandse dichters (Jan-Willem Anker, Mischa Andriessen en C. Buddingh’-genomineerde Maarten van der Graaff) hun bewondering voor de Hongaarse dichter János Pilinszky. Centraal in zijn werk is het zwijgen, oftewel: “de stilste vorm van contact”, legt Jan-Willem Anker uit.

Een bekende buitenlandse gast is de Noor Per Petterson. Zijn nieuwste boek is onlangs in Nederland uitgebracht als Twee wegen en scoorde het predicaat ‘boek van de maand’ in DWDD. Opvallend is dat de boektitel in het Noors zoiets als ‘ik weiger’ betekent; volledig anders dan de gekozen Nederlandse titel. Petterson zit daar niet mee. Hij laat zich graag verrassen door taal, ook door zijn eigen. Als een woord met drie lettergrepen niet goed klinkt in een zin, haalt hij een lettergreep weg. Dat dit een ander woord en een andere betekenis oplevert, is juist de bedoeling.

Een “scandalous woman”

Aan het einde van de middag verzamelt bijna het volledige festivalpubliek zich weer in de balzaal. Het is tijd voor de ‘grande dame’ van de Ierse letteren: Edna O’Brien. De inmiddels 83-jarige schrijfster ziet er onberispelijk uit en maakt indruk op een groep fans die zich op de eerste rijen heeft geïnstalleerd. O’Briens eerste roman The Country Girls (1960) gaf haar de reputatie van “scandalous woman”. Het boek dat het taboe op de vrouwelijke seksualiteit en sociale ongelijkheid doorbrak, bleek echter een inspiratiebron te zijn geweest voor een hele generatie (ook Nederlandse) vrouwen.

O’Brien krijgt de meeste tijd van alle festivalgasten en die verdoet zij niet. Het wordt een gesprek over haar jeugd in Ierland, haar begintijd in Londen en vooral haar schrijven: “Writing is a criminal act, especially if it’s any good […] I am here to answer for my crimes”.

Zo bracht City2Cities’ laatste festivaldag een groot aantal interessante gesprekken over literatuur, mooie lezingen en voordrachten, en vooral een dame die nog steeds zeer grande blijkt te zijn.

Foto’s: Sterre Meurs.

Tags: , , , , , , , , , , , ,
Posted in Literatuur, Reportage | No Comments »

Wies Fest oogst diep respect met haar voorstellingen A whole lot of nothing en What am I doing, where am I going

april 14th, 2014

Een meisje in een trainingsbroek en een trui loopt het podium op. Ze ziet er een beetje verlegen uit en staart het publiek minutenlang aan. Maar wanneer ze begint te spreken komen er krachtige woorden uit haar mond. In het tweeluik A whole lot of nothing en What am I doing, where am I going vertelt theatermaakster Wies Fest open over haar ergernissen en onzekerheden. De moed die hiervoor nodig is levert haar respect op.

De voorstelling A whole lot of nothing is een parodie op de make-up-tutorials op YouTube. Wies leert ons hoe we met “foundation by Sephora”, “Catrice eyeshadow” en “L’Oréal blush number 65” een perfecte make-up aanbrengen. Maar bovenal legt ze de oppervlakkigheid van het leven bloot. “Het is een tragedie dat mensen zo goed zijn in het wegmoffelen van hun moeilijkheden”, vindt Wies. Ze is van mening dat het lijkt alsof mensen alleen maar bezig zijn met hoeveel likes hun foto krijgt op Facebook en stomme filmpjes op YouTube. Het is knap hoe ze door middel van een parodie op diezelfde oppervlakkigheid deze boodschap overbrengt aan het publiek.

Veel drinken, stoer lopen en sexy dansen

In What am I doing, where am I going doet Wies haar ogen dicht. En ze houdt ze dicht, net zolang tot ze uitgepraat is. Zo voelt het alsof je de intiemste gedachten van iemand die in bed ligt te horen krijgt. Wies vertelt wat ze allemaal doet om mensen haar leuk te laten vinden: te veel drinken, stoer lopen, sexy dansen, alles relativeren. En waarom eigenlijk? Uiteindelijk verlangen we allemaal naar acceptatie van onszelf, van hoe we werkelijk zijn. Daarom laat Wies zich niet meer beperken door wat andere mensen van haar vinden.

Kwetsbaarheid

Het vergt moed om zo open te vertellen over je eigen onzekerheden. Wies doet dit in het tweede gedeelte voor een groot publiek met haar ogen dicht, zonder zich ergens voor te schamen. Ze durft zich kwetsbaar op te stellen door met niets en niemand anders dan zichzelf en haar gedachten op het podium te staan.

Tegelijkertijd reflecteert ze in haar voorstellingen op de relatie tussen het publiek en zichzelf, door het publiek langdurig recht aan te kijken en lange stiltes te laten vallen. Je voelt je er bijna ongemakkelijk door, waardoor ze haar publiek in dezelfde kwetsbare rol dwingt die ook zijzelf aanneemt. Het is vindingrijk om je eigen kwetsbaarheid op deze manier te reduceren

Wies Fest oogst met haar voorstellingen A whole lot of nothing en What am I doing, where am I going waardering. Ze durft zichzelf bloot te geven aan een groot publiek, terwijl ze in haar eentje op een leeg podium staat.  Soms kan je iemand alleen maar bedanken voor een mooie voorstelling en hopen dat er nog meer volgen.

Tags: , , , , , , ,
Posted in Recensie, Theater, Tip | Reageren uitgeschakeld

Een overzicht van Jacob van Oostsanen in een gekunsteld Amsterdam Museum

april 14th, 2014

Het Amsterdam Museum heeft durf getoond door te kiezen voor een risicovol onderwerp. Hoewel Jacob van Oostsanen (ca. 1475-1533) met gemak onder de categorie onbekende kunstenaars kan worden geplaatst, is er nu voor het eerst een overzichtstentoonstelling aan hem gewijd. Misschien is een naam die vragen oproept in eerste instantie niet het beste ingrediënt voor een aantrekkelijke tentoonstelling. Het Amsterdam Museum heeft er echter een bijzondere invulling aan weten te geven.

Van Oostsanen is Amsterdams vroegst bij naam bekende kunstenaar en was werkzaam in de zestiende eeuw. Hoewel relatief onbekend, is hij een van de eerste grote Hollandse meesters in de overgangsperiode van de late gotiek naar vroege renaissance. Wonend en werkend in de Amsterdamse Kalverstraat produceerde hij onder andere zeer gedetailleerde schilderijen en altaarstukken. De topstukken die het het Amsterdam Museum in bruikleen heeft, creëren een uniek overzicht. Het is dan ook ontzettend jammer om te zien dat de vormgeving als een schaduw boven de inhoud hangt.

Tropenmuseum déjà vu

Misschien dacht het Amsterdam Museum dat een onbekende naam een extra sausje nodig heeft. De inrichting is niet alleen over de top, het doet sommige werken onrecht. De felblauwe kleur van het museum meubilair steekt gigantisch af tegen het altaarstuk De Aanbidding der Koningen (1517) dat er erop staat. Dit contrast, van de wat grauwere aarde kleuren van het schilderij met het felblauw, had niet groter kunnen zijn en leidt op een irritante manier af. Daarnaast is er in een andere zaal de suggestie van een kerkinterieur gewekt. De door museumspotjes belichte kerkramen creëeren een sfeervol en natuurlijk patroon op de grond. Wanneer je de volgende zaal betreedt via een gekunstelde kerkdeur is het kermisgevoel compleet. Beter is het dit soort trucen over te laten aan het Tropenmuseum dat er bekend om staat en waar het werkt.

Topstukken

Een van de meest aantrekkelijke werken is De aanbidding van Jezus met de familie Boelen (1512). Een geweldig rijk gedecoreerd altaarstuk dat ooit gemaakt is voor het Amsterdamse Kartuizerklooster Sint Andries ter Zaliger Haven. Je ziet de stal van Bethlehem , waarbij Christus is omringd door tal van vrome figuren en trompet spelende engelen. Zuilen zorgen voor een prachtige dieptesuggestie die uitmondt op een azuurblauwe zee. De kleuren zijn zo helder dat het moeilijk is voor te stellen dat het schilderij meer dan vijfhonderd jaar oud is. Het engeltje op de voorgrond toont een pagina met bladmuziek. Deze muziek is getranscribeerd en is ten gehore gebracht. Je hoort dus wat je ziet. Het is een aanvulling die het schilderij op een creatieve manier verlevendigd.

Toch maar gaan

Hoewel de vormgeving op sommige punten echt een gemiste kans is, zou het jammer zijn de tentoonstelling daarom niet te bezoeken. De werken geven een uniek kunsthistorisch overzicht van Van Oostsanen. Leuke bijkomstigheid: centraal staat nu eens niet die Gouden Eeuw met VOC mentaliteit maar de stad van Van Oostsanen: middeleeuws Amsterdam.

Tags: , , , , , ,
Posted in Kunst, Recensie | Reageren uitgeschakeld

Op de Bodem van Orkater is een adembenemende kijkervaring

april 14th, 2014

In een all inclusive hotel zijn verveelde stellen op zoek naar beleving, uitdaging en de zin van het leven. Tijdens deze zoektocht worden oren afgebeten, ogen uitgestoken en lichaamsdelen kapotgeschoten. Op de Bodem  van Orkater is grof en absurd. De voorstelling overdondert en verbluft, maar laat je wat verloren achter.

De eerste scène laat direct zien wat je tijdens de rest van de voorstelling kunt verwachten: humor, absurdisme en ongrijpbare situaties. Het stuk opent met een stel  waarvan de vrouw (Jip Smit) komt inchecken in het hotel, ze hebben een ‘reservatie’ gemaakt. De communicatie tussen de hotelgasten en de hotelmedewerker (Carolien Spoor) bestaat uit lange stiltes en vragende blikken, wat zorgt voor een hilarische opening.

Op de Bodem wordt gespeeld door veertien jonge acteurs en muzikanten. Ondanks hun onbekendheid spelen ze hun rol met de bravoure die nodig is voor dit gewaagde stuk. Ook al bezoeken mensen de Schouwburg vaak voor gevestigde namen, het lef waarmee deze aankomende talenten hun rol weten vorm te geven wil je niet missen.

Verveelde generatie twintigers

De vier koppels die in het hotel verblijven hebben problemen. Problemen in hun relatie, problemen met zichzelf en problemen met de wereld waarin ze leven. Hiermee gaat Op de Bodem in op de verveelde generatie twintigers die alles willen en te veel keuzes hebben. Het all inclusive hotel waar werkelijk alles beschikbaar is, staat in schril contrast met hoe de acteurs zich voelen. Dat ze niet financieel maar moreel aan de bodem zitten, is herkenbaar voor de huidige generatie twintigers. Een generatie waarbij succesvol zijn centraal staat.

Grenzen opzoeken

De hotelgasten zijn zo verveeld dat alle grenzen worden opgezocht met de bedoeling om iets heftigs mee te maken.  De spelers vragen zich af hoe het is om een bijna doodervaring te hebben, te lijden aan een ernstige ziekte of om gebombardeerd te worden. Uiteindelijk weet hun drankgebruik, overspel en over-the-top geweld hun innerlijke leegte nog steeds niet te vullen. Het stuk zit vol met onnatuurlijk veel bloed en afgebeten lichaamsdelen, maar nog steeds vinden de acteurs hun leven saai en nietig.

Wall of sound

De muziek van de Kofferband tijdens de voorstelling is adembenemend. Dit draagt bij aan de sfeer die de acteurs willen neerzetten. Muzikaal leider Erik van der Horst hoopte met de muziek een wall of sound te creëren en dat is helemaal gelukt. De meerstemmige klassieke stukken, heftige rock- en close harmony nummers maken de voorstelling overweldigend. Doordat de muzikanten tijdens het  muziek maken ook een karakter spelen, is het niet alleen mooi om naar te luisteren maar ook grappig om naar te kijken. De leden van de Kofferband zijn in tegenstelling tot de hotelgasten onnatuurlijk vrolijk en kunnen als de entertainers van het hotel worden gezien.

Ongrijpbaar

Aan het eind van de voorstelling blijf je versuft achter. Na anderhalf uur absurde dialogen, ongrijpbare scènes en  knallende muziek, moet je bijkomen van alles wat er gebeurd is. Een indrukwekkend geheel is het zeker, maar de voorstelling laat je wat verloren achter.

Tags: , , , , , , ,
Posted in Recensie, Theater | No Comments »

Gestoorde keizer levert duistere strijd in Caligula van Thibaud Delpeut

april 13th, 2014

Keizer Caligula wil de maan hebben. Met roodgelakte nagels en rollende ogen tuurt hij naar het zilveren licht. Theatermaker Thibaud Delpeut (1978) laat in de voorstelling Caligula op indringende wijze zien hoe de gekte van de keizer om zich heen grijpt en zijn onderdanen meesleurt naar de bodem.

Tegenwoordig zou hij waarschijnlijk worden opgesloten in een tbs-kliniek. Caligula, de jonge keizer die in de eerste eeuw voor Christus de scepter zwaaide over het Romeinse rijk, benoemde zijn paard tot consul en verhief zichzelf tot levende God. Iedereen die hem voor de voeten liep maakte hij een kopje kleiner. Was het grootheidswaanzin of een psychose? Historici zijn het er nog steeds niet over eens.

Regime van terreur

Hoofdrolspeler Vincent van der Valk (1985) balanceert als Caligula vakkundig op het slappe koord tussen waanzin en weldenkendheid. Rillend, schuimbekkend of zachtjes pratend wordt de keizer gekweld door zijn twistzieke geest. Zijn zus Drusilla is gestorven en in het hoofd van de keizer ontsteekt een storm. Van wie kan hij nu nog houden? En wie houdt er van hem? Zijn minnares Caesonia (Wendell Jaspers) misschien, maar de keizer is verblind door verdriet en kan niemand meer vertrouwen. Zelfs zijn volgelingen Helicon (Bram Gerrits) en Scipio (Ward Kerremans) behandelt hij met argwaan. Met een gewelddadig schrikbewind probeert Caligula de controle terug te vinden die hem steeds verder ontglipt. Van der Valk speelt zijn grillige personage met zoveel verve dat zelfs de meest extreme stemmingswisseling geloofwaardig blijft. En dat zijn er nogal wat.

Geluidsdecor

De spanning tussen de personages wordt mooi versterkt door een toneelbeeld dat kenmerkend is voor regisseur Delpeut:  een sober decor waarin muziek en geluid een prominente rol spelen. Op het toneel staan alleen een paar designstoelen. Dreigende tonen, belletjes en kerkgezang zoemen op filmische wijze om de teksten van de acteurs heen. Hierdoor ontstaat een subtiel ‘geluidsdecor’ dat een verontrustende extra laag aan de voorstelling toevoegt. Het is een passend verlengstuk van de grimmige sfeer op het toneel, die soms voor ongemakkelijke momenten zorgt. Die sfeer wordt verdiept door de uitvergrote gezichten van de acteurs, die met verplaatsbare cameraatjes worden gefilmd en op een groot scherm achter op het podium te zien zijn.

Beklemmend

Wie van bloederige toneelklassiekers houdt, zit met Caligula gebakken. De voorstelling geeft een fascinerende inkijk in het duistere brein van een keizer die uiteindelijk zelfs zijn trouwste volgelingen tegen zich weet te krijgen. De titelrol wordt sterk neergezet door Van der Valk, maar het hallucinerende gedrag van Caligula roept ook veel vragen op. Was de keizer niet gewoon heel ongelukkig? En mag je kwaad met kwaad vergelden? De antwoorden laat Thibaud Delpeut (die ook psycholoog is) in het midden, wat aan het eind van de voorstelling een wat onbevredigend gevoel achterlaat. Maar koning Willem-Alexander komt na het zien van zoveel machtsmisbruik in een uiterst positief daglicht te staan.

Tags: , , , , ,
Posted in Recensie, Theater | No Comments »

Bad Asses is doordrenkt van clichés en slecht acteerwerk

april 13th, 2014

Bad Asses (2014) wemelt van de slechte acteurs, flauwe grappen en foute vechtscènes. Los van de grappige outfits en fanny packs is de film dan ook niet de moeite waard. Dit is vooral te wijten aan het voorspelbare plot, wat een echte dooddoener is. De verzameling clichés geeft Bad Asses nog een leuke nostalgische lading, maar daar is dan ook alles mee gezegd.

Bad Asses is het vervolg op het in 2012 uitgebrachte Bad Ass (Craig Moss). Anno 2014 speelt Vietnamveteraan Frank Vega (Danny Trejo) wederom voor politieagent: na de moord op zijn surrogaatzoon Manny besluit Vega de dader zelf maar op te sporen. Dit keer samen met zijn maatje Bernie (Danny Glover), die net als Frank een vechtmachine blijkt te zijn. Twee bejaarde vechtersbaasjes op een dodelijke missie is wat volgt.

Matig acteerwerk

Danny Trejo, voormalig drugsverslaafde en crimineel, is vooral bekend uit Robert RodriguezFrom Dusk Till Dawn en Desperado. Trejo begon zijn acteercarrière in 1985 en sindsdien speelt hij in nagenoeg iedere film de rol van (drugs)crimineel. Zo had hij in de serie Breaking Bad de rol van de fameuze Tortuga, wiens hoofd op de rug van een schildpad belandde. Vermoedelijk wordt Trejo vooral gecast vanwege zijn ruige uiterlijk, persoonlijke verleden en bokstalent, want acteren kan hij niet. Zijn rol in Bad Asses is hierin geen uitzondering. Medespelers zoals Jacqueline Obradors (als Rosaria Parkes) spelen al even slecht. De enige die enigszins geloofwaardig overkomt is Danny Glover, in de rol van Bernie.

Alle clichés op een rijtje

Frank Vega, de held in kwestie, probeert met zijn boksschool de omwonende jongens op het rechte pad te houden. Tenenkrommend zijn de dik opgelegde moralen, zoals het moment waarop Frank zijn jongens inpepert dat drugs slecht zijn. Uitgekauwde grappen en slechte vechtscènes zijn aan de orde van de dag: keer op keer verslaat Vega in zijn eentje criminelen die verdacht laat naar hun wapen grijpen. Heeft Vega teveel tequila genuttigd, dan springt Bernie voor hem in de bres en slaat de boeven met zijn ijshockeystick tot moes. En natuurlijk laten deze bandieten onze helden voor dood achter in een vriezer vol kadavers, in plaats van ze direct de kogel te geven.

Bad Asses als drankspel

Lichtpuntje in deze film zijn de hilarische outfits van beide heren, inclusief fanny pack. Het is dat de grappen werkelijk waardeloos zijn, anders had Bad Asses het goed gedaan als stonerfilm. Toegegeven: de collectie clichés getuigt van een flink staaltje nostalgisch verzamelwerk. De bandiet met ooglapje is dan ook van de partij, evenals de klassieke ‘even trade’ en het ‘Oh, shit!’ momentje in de wiebelende auto op de rand van de afgrond. We worden zelfs op een eindbattle getrakteerd, inclusief judorol en narokende blaffer.

Bad Asses is het werkelijke summum van stereotype actiefilms. Houd je van deze nostalgie, dan vind je de film misschien nog wel te pruimen. In alle andere gevallen zal Bad Asses een flinke tegenvaller zijn. Door de rits clichés leent de film zich goed als drankspel: men neme een shot tequila (wel zo toepasselijk) bij het spotten van zo’n dooddoener. Je raakt gegarandeerd bezopen.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,
Posted in Film, Recensie | No Comments »

« Older Entries |

Volg ons

Nieuwsbrief

Ja, ik ontvang graag tweewekelijks de tofste culturele uitgaanstips.