Mooie inhoud maar weinig aankleding bij Carleton E. Watkins

april 24th, 2014

Het is even zoeken in het Nederlands Fotomuseum te Rotterdam. Hoewel groots aangekondigd op de website, is de tentoonstelling rondom fotograaf Carleton E. Watkins (1829-1916) niet prominent aanwezig. Een bezoeker vraagt zelfs aan de kassamedewerker waar toch die negentiende-eeuwse landschapsfoto’s te zien zijn. Wie de bescheiden ruimte op de benedenverdieping uiteindelijk gevonden heeft, treft daar tot en met 9 juni 2014 een kleine, maar interessante collectie landschap- en stadsfoto’s. De aankleding laat echter wat te wensen over.  

Al in zijn eigen tijd won Carleton E. Watkins prestigieuze prijzen met zijn foto’s van de Californische Yosemite Valley. Niet alleen de kwaliteit, maar met name de afmeting (55 bij 41 cm) van deze zogenaamde Mammoetfoto’s was revolutionair. Dat Watkins niet alleen een technisch knap fotograaf maar ook een kunstenaar was, wordt duidelijk wanneer je zijn zorgvuldig vastgelegde landschappen nauwkeuriger bekijkt.

Presentatie

Het goede van de tentoonstelling is dat de bezoeker dit nauwkeurig kijken naar lieve lust kan doen. Er is namelijk gekozen voor een liggende presentatie. In de kleine, sobere ruimte staan twee rijen platte kabinetten opgesteld waarin elk twaalf grote foto’s te zien zijn. Je kunt er op deze manier vlak boven hangen en de kleinste details goed bestuderen. Groot nadeel is echter dat de foto’s niet volledig tot hun recht komen: zonder lijst zien de afdrukken er wat slordig uit, alsof ze even snel zijn neergelegd. Een reproductie op een van de muren laat goed zien hoeveel mooier het was geweest als de foto’s hangend waren gepresenteerd. Dat de begeleidende tekstbordjes bij de foto’s geen enkele informatie behalve de titel bevatten, helpt ook niet echt mee. Jammer, want Watkins’ foto’s verdienen meer.

Kunde en creativiteit

De afdrukken laten namelijk prachtig zien hoeveel kunde het in de negentiende eeuw vergde om een mooie foto te maken. In tegenstelling tot de duizenden kiekjes die wij nu digitaal maken, had Watkins voor zijn foto’s slechts één kans. Belichting, sluitertijd en compositie moesten dus meteen in orde zijn. Dat over dit alles goed is nagedacht, valt af te leiden uit de perfect uitgemeten, haast geometrische composities. Bergen volmaakt gespiegeld in het water, een enkele boom die het landschap doorkruist, niets is aan het toeval over gelaten. Tevens zorgt het sepia waarin de foto’s zijn afgedrukt voor een haast schilderachtige indruk. Leuk is ook het effect van de lange sluitertijd (soms wel een halve minuut): stromend water is in vrijwel iedere foto gereduceerd tot een witte waas. Het geeft de afbeeldingen in al hun natuurgetrouwheid iets surreëels.

De foto’s van Watkins zijn om hun kwaliteit en historische waarde zeer beslist een aanrader. Het museum had echter meer moeite mogen doen om Watkins’ werk wat beter uit de verf te laten komen. Iemand die in de fotografiecanon prominent voorkomt, verdient meer dan een kamertje achteraf.

 

Tags: , , , , , , , , ,
Posted in Kunst, Recensie | No Comments »

Kaiser Chiefs vernieuwen weinig met Education, Education, Education & War

april 24th, 2014

Education, Education, Education & War is alweer het vijfde album van de Kaiser Chiefs, maar voor het eerst spelen de Britten in een nieuwe samenstelling. Drummer Nick Hodgson heeft de band verlaten en is vervangen door Vijay Mistry. De verandering heeft echter niet veel invloed gehad op de muziek. Aan alles is duidelijk te horen dat dit toch echt een nieuwe plaat is van de mannen die met ‘Oh My God’ hun grootste hit scoorden.

Het album opent met ‘The Factory Gates‘. Dit nummer bevat alles waar de Kaiser Chiefs groot mee zijn geworden: een opzwepend refrein, dat overigens geheel in stijl goed mee te zingen is, afgewisseld met uptempo coupletten. Nog voor het nummer ten einde is, bekruipt je het gevoel dat de Britten hun eerste hit alweer binnen hebben. ‘Coming Home’ valt eigenlijk in dezelfde categorie als zijn voorganger, waarbij het enige verschil zich kenmerkt in het feit dat dit nummer een wat donkerdere kant van de Kaiser Chiefs toont.

Thriller

Leadsingle ‘Misery Company’ is echter van een hele andere orde. De Kaiser Chiefs hebben hier, binnen hun eigen stijl, iets geheel nieuws geprobeerd. Het nummer heeft iets griezeligs in zich, dat wordt versterkt door zanger Ricky Wilson. Met een ‘spookhuislach’ die in Michael Jacksons ‘Thriller’ niet zou misstaan, maakt hij het liedje compleet. Jammer is het wel dat deze lach net even iets te vaak komt opsteken en naarmate het nummer vordert steeds hinderlijker wordt. Het is dan ook onbegrijpelijk dat dit liedje één van de langste op het album is.

‘Cannons’

De volgende nummers op het album zijn eigenlijk veel van hetzelfde. Positieve uitzonderingen zijn ‘Bows and Arrows‘ en ‘Cannons‘. Toevalligerwijs zijn dit de nummers die gaan over wapens en daarmee naar de naam van het album verwijzen. En zo wordt het politieke statement toch wel duidelijk. Het commentaar op de samenleving wordt, net als op vrijwel alle eerdere albums, verheerlijkt via de militaire weg. Ondanks de anderhalve minuut gesproken tekst aan het eind van ‘Cannons’, is het toch het meest uitdagende nummer op de plaat. Het ballet ‘Roses‘ dat daar op volgt kan dit niet meer goed maken en zo eindigt het album een beetje slapjes.

Eigen stijl

Dat de Kaiser Chiefs een eigen stijl hebben, staat volledig buiten kijf. Het zou echter wel zijn fijn als ze daar soms ook maar een beetje van afwijken. Education, Education, Education & War staat, net als ieder album van de Britten, vol met acceptabele rocknummers. Het is jammer dat de band zich niet lijkt te ontwikkelen. Zelfs het vervangen van een drummer heeft geen enkele consequentie.  Wat des te opvallender is, is dat de liedjes die allemaal hetzelfde zijn, wel een goed niveau hebben. De eigen stijl leidt er toe dat de band dit genre tot in de puntjes beheerst en het dus voor elkaar krijgt om een goede plaat te maken. Hoe voorspelbaar deze dan ook moge zijn.

Tags: , , , , , , , ,
Posted in Muziek, Recensie | No Comments »

Belletrie! Dode zielen

april 24th, 2014

Rusland staat van oudsher bekend als een land dat vaak net wat achter loopt op de allerrijkste ter wereld, zoals West-Europese landen en later de Verenigde Staten. Is dat wel terecht? Ze hadden de eerste mens in de ruimte, en laten we niet vergeten dat Rusland op cultureel gebied een heel groots land is dat al eeuwen voorop loopt. Een andere tamelijk vooruitstrevende gedachte die uit Rusland komt, gaat over de slavernij. Al tijdens het Congres van Wenen, in 1814, is er een balletje opgeworpen door de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken van het Verenigd Koninkrijk, en, jawel, Tsaar Alexander I van Rusland om slavernij te verbieden, een verbod dat vandaag de dag gelukkig wereldwijd is ingevoerd.

Slaven werden in Rusland ‘zielen’ genoemd, en waren in de afgelopen eeuwen vooral boeren die in dienst werkten van een landheer. Die agrarische soort van slavernij (het woord ‘slaaf’ komt overigens van het Slavische ras, waartoe de Russen behoren) bleef ook doorgaan na het verbod op slavernij. Maar die ‘zielen’ in Rusland, dat vind ik toch een woord dat blijft hangen. Het klinkt natuurlijk tragisch, je wordt niet eens meer als mens gezien, maar als ziel. Aan de andere kant heeft het ook iets moois en mystieks, als een religieus wezen, maar dan met beide benen diep in de modder.

De Russische schrijver Nicolaj Gogol publiceerde in 1842 Dode zielen. Die titel boezemt angst in. En terecht, want er ook veel humor in zit, is het verhaal vrij macaber. Een oplichter die rondtrekt langs landheren om hun gestorven zielen op te kopen, om daar weer een hypotheek over af te sluiten. Gogol moet die dode zielen ook luguber hebben gevonden, daar zit net de aantrekkingskracht van het boek in. Maar of Gogol het met me eens zou zijn dat Tsjitsjikov, de geldkloppende hoofdpersoon uit Dode zielen, lijdt aan wat Alain de Botton noemt ‘de tekortkoming door het optimisme’, vraag ik me af.

Volgens filosoof Alain de Botton zijn wij ons aangeboren gevoel van pessimisme verloren, en daarmee ook ons vermogen redelijk tevreden te zijn. Ik vind dat logisch klinken. Als je alles maar als een zwartkijker met lage verwachtingen beziet zul je niet snel teleurgesteld worden. Tsjitjsikov rijdt in Dode zielen langs herenhuizen om doden te kopen. Maar hij doet dit met zo’n groot optimisme en vol verwachting dat hij de geringste afwijzing, of twijfel in zijn goede bedoelingen met enorme verbazing en nijd ontvangt. Kortom, zijn optimisme verblindt hem te zien dat het volkomen logisch is als iemand hem geen dooie wil verkopen.

Alain de Botton legt volgens mij met zijn theorie over het vergane pessimisme, ofwel realistisch in het leven staan, iets belangrijks en wijdverspreids uit. Tsjitsjikov leed honderdvijftig jaar geleden al aan dat dwaze optimisme, en daarvoor al de suikerriethandelaren in Brazilië, de Nederlandse slavendrijvers in Suriname en de katoenverbouwers in de Verenigde Staten. Door het wegvallen van pessimisme valt elke tegenslag ons zwaar en moet alles gebeuren zoals wij dat willen. Als het ene land of volk dan net wat verder is dan het andere, door kennis, kracht of rijkdom, komt slavernij op gang, en Dode zielen is maar een klein voorbeeld van de walgelijkheid daarvan.

Tags: , , , , , ,
Posted in Column, Literatuur | No Comments »

Pop Art in Museum Het Valkhof is een vrolijk uitstapje naar de roerige jaren zestig

april 24th, 2014

Flower Power, Nuclear Power, de krachtige beeldcultuur en snelle massamedia. Bij de nieuwe presentatie van de Pop Art collectie in Museum Het Valkhof ligt de nadruk op het begrip Power. Muziek en videobeelden nemen de bezoeker mee naar de roerige jaren zestig. De tijdsgeest van de Pop Art wordt op deze kleine tentoonstelling goed voelbaar.

Wie de nieuwe opstelling van de Pop Art collectie van Museum Het Valkhof bezoekt, zal eerder het gevoel bekruipen in een tijdcapsule te zijn beland dan in en museumzaal. Je begeeft je in de roerige jaren zestig, de hoogtijdagen van de Pop Art. Bij deze kunststroming wordt gebruik gemaakt van beelden uit de massamedia, populaire cultuur en van gebruiksvoorwerpen. In de jaren vijftig en zestig was dat een radicale tegenstelling ten opzichte van de ‘verheven’ kunst uit het Modernisme. Hoewel de onderwerpen soms ‘makkelijk’ lijken, zit er vaak een boodschap achter.

Glanzend protest

Neem bijvoorbeeld de blikvanger bij binnenkomst van de tentoonstelling, Machine No. 7 (1967-1968) van Shinkichi Tajiri (1923-2009). Deze donkere, van glanzend plastic vervaardigde machine doet denken aan een futuristisch ruimteschip, maar ook aan een pistool. Uitvergroot kinderspeelgoed? Een toonbeeld van wansmaak? De scepsis zal destijds enorm zijn geweest. ‘Snelheid, erotiek en geweld’, zo omschrijft Tajiri zijn werk. Maar achter de glanzende façade gaat een boodschap schuil. Machine No. 7 is een onderdeel van een serie machines die de kunstenaar maakte als protest tegen de Vietnamoorlog. Hoe precies, dat is helaas niet duidelijk.

Massamedia

In de films van Els Dinissen die op de tentoonstelling getoond worden, blijkt dat de Europese Pop Art, meer dan in de VS, vanuit de individuele kunstenaar komt. Als je naar Portrait (1964) van Gustave Asselbergs (1938-1967) kijkt, zie je eerst duidelijk de invloed van Andy Warhol, die beroemd werd met zijn bewerkingen van iconen zoals Marilyn Monroe. Ook Portrait is opgebouwd uit beelden uit de massamedia. Zo is Mick Jagger duidelijk herkenbaar. Maar Asselbergs geeft er inderdaad een persoonlijke twist aan door de collage te voorzien van grove verfstrepen. Hierdoor krijgt het iets onbestendigs. ‘De krant is de Bijbel voor één dag’, aldus Asselbergs. Portrait kan zo gelezen worden als kritiek op de vluchtigheid van de massamedia.

Optimisme voert de boventoon

Vrolijkheid voert echter de boventoon op de (overigens erg kleine) tentoonstelling. De boodschap die achter de kleurrijke, bonte en soms banale expressie van de kunstenaars zit, wordt middels videobeelden en begeleidende teksten duidelijk. Er is gekozen voor een brede invalshoek waarbij de bezoeker veel informatie krijgt over Pop Art. Dat maakt het zeer toegankelijk. Door de brede focus is de ontwikkeling in Nederland niet uitgediept. Dat is jammer, maar de optimistische tijdsgeest van de jaren zestig is hier zo voelbaar dat je dat snel vergeet. Want wordt je niet vrolijk als je een tentoonstellingszaal uitloopt op de klanken van Penny Lane van The Beatles?

Tags: , , , , , , , , , , ,
Posted in Kunst, Recensie | No Comments »

Intense popmuziektrip down soul memory lane op Caustic Love van Paolo Nutini

april 24th, 2014

Hij was voor velen altijd de man van de nieuwe schoenen, die wel eens schuimbekkend van dronkenschap op het podium stond. Hoewel zijn debuutalbum These Streets alleen in het Verenigd Koninkrijk al meer dan anderhalf miljoen keer werd verkocht, werd Paolo Nutini aanvankelijk door veel critici aangedaan als een onbeduidende singer-songwriter die oppervlakkige radiodeuntjes maakte. Met de release van zijn derde langspeler Caustic Love schudt hij dat imago definitief van zich af.

Vijf jaar had Paolo Nutini nodig om met een opvolger voor het ska- en folkgeoriënteerde Sunny Side Up te komen. Uit de tracklist van Caustic Love blijkt dat het schrijven of selecteren van het juiste songmateriaal niet het probleem kan zijn geweest. Nummers als ‘Cherry Blossom’ en ‘One Day’ stonden in respectievelijk 2011 en 2012 al op de setlist van Nutini’s optredens.

Charlie Chaplin op Caustic Love

Nutini wilde naar eigen zeggen op avontuur, een beetje van het leven genieten, nadenken over wat hij de wereld nu eigenlijk te vertellen had. Dat resulteert in een soulvol album waarop de Schot nog even graag de liefde verklaart aan onder meer zijn moeder, maar ook Charlie Chaplins speech in The Great Dictator citeert. ‘Iron Sky’ is het hartverscheurende meesterwerkje waarin Nutini’s maatschappijkritische blik om de hoek komt kijken: ‘Mass confusion, spoon-fed to the blind, serves now to define our cold society.’

Rauwe productie

In vergelijking tot het tweede album van Paolo Nutini is Caustic Love letterlijk een verademing: de productie is bewust rauw gebleven en de nummers krijgen veel meer ruimte dan op het dichtgeplamuurde Sunny Side Up. Zo wordt Caustic Love een dynamische plaat die nergens gekunsteld klinkt. Bovendien heeft elk element toegevoegde waarde, van de Bettye Lavette-sample in ‘Let Me Down Easy’ en de jaren 50-koortjes in ‘Someone Like You’ tot de bijdrage van Janelle Monáe in ‘Fashion’.

Caustic Love weinig origineel of vernieuwend

Origineel of vernieuwend is Caustic Love door sterke invloeden uit de jaren zestig soul niet. Voor diegenen die vies zijn van melancholie is het wellicht een buitengewoon vermoeiende plaat. De derde langspeler van Paolo Nutini is echter wel en bovenal een album dat met passie is gemaakt en meer dan ooit laat horen hoe groot het (zang)talent van Nutini is. Dat is grotendeels te danken aan zijn vaste begeleidingsband The Vipers, die de zanger perfect lijkt aan te vullen op het album, dat de luisteraar zo meeneemt in een intense popmuziektrip down soul memory lane.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,
Posted in Muziek, Recensie | No Comments »

Noah is niet Bijbelgetrouw, maar wel gewaagd

april 23rd, 2014

Bijbelse verhalen zijn in trek bij het Nederlandse publiek. Na het succes van het EO-programma The Passion, met meer dan 3 miljoen kijkers, kunnen bioscoopbezoekers nu hun hart ophalen met het verhaal van Noah. Deze filmversie van het Bijbelse verhaal wijkt wel af van het originele verhaal. Hiermee maakt regisseur Darren Aronofsky een gewaagde keuze, wat wel voor veel visueel spektakel zorgt.

Noah (Russell Crowe) is een afstammeling van de derde zoon van Adam en Eva: Seth. Deze afstammelingen staan voor de goedheid van de mens. De verdorven tak van de mensheid bestaat uit afstammelingen van Kaïn. De Schepper (God) is helemaal klaar met de rotzooi die deze zedeloze afstammelingen veroorzaken. Daarom is het tijd voor een grote schoonmaak. Noah is door de Schepper gekozen om de onschuldigen te redden van de vernietiging die gepaard gaat met deze grote schoonmaak. Van alle dieren op aarde moet een paartje gered worden om, na de zondevloed, de aarde opnieuw te bevolken. Met vuur brand je alles plat, maar met water reinig je de aarde, aldus Noah.

Gevallen engelen

Een ark bouwen doe je niet zomaar. Gelukkig krijgt Noah hulp van zijn vrouw, drie zonen en Ila (Emma Watson), de vriendin van zijn oudste zoon Sem. Daarnaast krijgt Noah bescherming van gevallen engelen, deze pletten de nakomelingen van Kaïn als mieren wanneer deze ook een plekje op de ark proberen te veroveren.Deze engelen zien eruit als de stenen variant van de Enten uit de Lord of the Rings trilogie. Het is van Aronofsky een gewaagde keuze om deze gevallen engelen in het verhaal van Noah te verwerken, omdat deze niet zo in de Bijbel voorkomen. Desalniettemin weet het wel voor het nodige beeldspektakel te zorgen.

Worsteling

Ook de rest van de film toont een wezenlijk verschil met het Bijbelse verhaal. In Aronofsky’s versie heeft alleen zoon Sem (Douglas Booth) een vriendin, deze is bovendien onvruchtbaar. Hoewel het verhaal hierdoor niet geheel Bijbelgetrouw is, biedt deze creatieve keuze wel een mooi uitgangspunt voor een dramatische plotwending, wanneer Ila toch zwanger blijkt te zijn. Watson weet haar rol als radeloze moeder met overtuiging te brengen. Ook Crowe zet zijn rol als Noah prachtig neer. Wanhopig wendt hij zich tot God wanneer hij vol afschuw de goddeloze en verdorven nakomelingen van Kaïn aanschouwt.

Betoverend

Noah vertelt op de ark het scheppingsverhaal aan zijn kinderen. Op een betoverende en beeldende wijze zijn de verhalen van de schepping en de evolutie met elkaar verzoend in Noah. Een gewaagde, maar ook geslaagde keuze door de prachtige visualisering.

Aronofsky’s Noah is een gewaagd, visueel meeslepend drama. De film mag dan niet Bijbelgetrouw zijn, de worstelingen van Noah zijn juist wel heel christelijk te noemen.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,
Posted in Film, Recensie | No Comments »

Leven na leven zet je aan het denken over de invloed van keuzes en toevalligheden

april 23rd, 2014

Wat als je de kans had om je leven opnieuw te leven, totdat je het eindelijk goed zou doen?’ Dit is het uitgangspunt van het boek Leven na Leven van Kate Atkinson. Als je dood zou gaan en opnieuw geboren zou worden, wat zou je dan anders doen? Zou je uiteindelijk een manier van leven vinden die helemaal perfect is? Atkinson won met dit boek de Costa Book Award in 2013 en werd in datzelfde jaar genomineerd voor de Booker Prize en de shortlist van de Women’s Prize for Fiction.

Herhalingen met een twist

Ursula Todd, de hoofdpersoon, leeft meerdere levens. Het ene loopt anders dan het andere door verschillende keuzes of toevalligheden. Haar leven begint telkens op een stormachtige winterdag in februari, maar het neemt elke keer een andere wending. Wordt ze in de eerste levensloop dood geboren? In de tweede levensloop sterft ze pas een aantal jaren later door een geheel andere oorzaak. Haar verhaal begint bij elk nieuw leven op dezelfde manier, maar doordat Ursula voorspellende voorgevoelens heeft, kan ze de loop van gebeurtenissen beïnvloeden. Als lezer weet je dan al wat er zou kunnen gebeuren: je hebt immers al over haar eerdere levens gelezen. Deze herhaling van gebeurtenissen maakt het boek zeker niet saai. Doordat er bij elk nieuw leven nieuwe stukjes informatie worden toegevoegd, wordt duidelijk hoe Ursula’s leven telkens verandert. Zowel toevalligheden als de keuzes van anderen spelen hierbij een rol, op beide heeft zij zelf geen invloed. Atkinson vraagt veel van de lezer door deze manier van schrijven: hij moet zelf de puzzelstukjes aan elkaar leggen en connecties ontdekken tussen de verschillende verhaallijnen.

Historische integratie

Atkinson integreert het verhaal van Ursula in de geschiedenis: in één van haar levens is Ursula bevriend met Eva Braun, de vriendin van Hitler, en in het andere leeft ze tijdens de Tweede Wereldoorlog in London. Ursula probeert het voor zichzelf en voor de mensen om haar heen zo aangenaam mogelijk te maken. Wanneer ze een nieuw leven leeft, verandert ze door haar keuzes echter niet alleen haar eigen leven en dat van de mensen om haar heen, maar ook de loop van de geschiedenis in het algemeen. Doordat Ursula’s verhaal wordt gerelateerd aan iets dat we al kennen wordt de invloed van haar keuzes nog duidelijker.

Met 525 pagina’s is Leven na Leven zeker geen luchtig boek. Atkinson had echter nog veel meer dan vijfhonderd pagina’s aan haar verhaal kunnen wijden, want Ursula had nog veel meer levens kunnen hebben. Toch is het verhaal één geheel omdat de eerste pagina van het boek verwijst naar de laatste en daardoor alle gebeurtenissen samenkomen. Bovendien is het verhaal vernieuwend, omdat het je een ander perspectief geeft op de invloed van keuzes en toevalligheden op individuele levens en de geschiedenis. Atkinson heeft gezorgd voor een goede inkadering in de geschiedenis en situering van de personages. ‘We kunnen het nooit helemaal goed doen, maar we moeten het proberen’ is wat Ursula’s moeder zegt. Atkinson heeft het met haar boek dan ook een zeer goede poging gedaan tot het schrijven een meesterwerk.

Tags: , , , , , , , , , , , , , ,
Posted in Literatuur, Recensie | 1 Comment »

« Older Entries |

Volg ons

Koop bij Bol.com

Nieuwsbrief

Ja, ik ontvang graag tweewekelijks de tofste culturele uitgaanstips.