Prachtige internationale abstractie in het Cobra Museum

april 19th, 2014

Het Cobra Museum in Amstelveen pakt uit met een ware blockbuster over internationale abstractie uit de jaren vijftig. Klinkende namen als Jackson Pollock, Willem de Kooning en Karel Appel zijn namelijk te zien in de tentoonstelling From the Guggenheim Collection to the Cobra Museum: International Abstraction 1949-1960. Zoals de titel doet vermoeden zijn de werken afkomstig uit de befaamde Solomon R. Guggenheim collectie uit New York. En het is werkelijk prachtig.

New York

De tentoonstelling focust zich op de roerige jaren vijftig waarin de naoorlogse samenleving en de kunst radicaal veranderden. Het internationale kunstcentrum verschoof van Parijs naar New York, waar het abstract expressionisme hoogtij vierde. Dat deze Amerikaanse schildersstroming ontzettend divers was laat de tentoonstelling goed zien. Zo is Number 18 (1950) van Jackson Pollock (1912-1956) een sterk voorbeeld van action painting: de verschillende kleuren verf zijn expressief in slierten op het doek gedropen en gegooid. Pollock werd duidelijk niet zomaar Jack the Dripper genoemd. Andere schilders werkten puur met grote kleurvlakken. Zo plaatste Mark Rothko (1903-1970) in Untitled (1947) een blauw en een oranje kleurvlak op een bruine achtergrond. Oog in oog met het eindresultaat is de aantrekkingskracht hiervan voelbaar.

Parijs

De tentoonstelling richt zich ook op naoorlogse kunst uit Europa. Wel zo passend (het blijft immers het Cobra Museum) is de aandacht voor Cobra kunstenaars als Karel Appel (1921-2006). Appel maakte kleurrijk werk waarin enigszins figuren herkenbaar zijn. Heel anders is het grauwe Composition (1953) van Alberto Burri (1915-1995) dat bestaat uit aan elkaar genaaide juten zakken. Of het werk van de Franse action painter Georges Mathieu (1921-2012). Zijn Painting (1952) en Untitled (1959) doen verfijnd aan door de kalligrafische elementen die niet het gehele doek bedekken. Genoemde kunstenaars zijn slechts een kleine greep uit de tentoonstelling, die prachtig laat zien dat zowel de Amerikaanse als de Europese abstracte kunst van de jaren vijftig ontzettend uiteenlopend en vernieuwend was.

Tastebreakers

Dertien van de werken die nu in het Cobra Museum hangen waren ook te zien op de Inaugural Guggenheim Exhibition uit 1959, waarmee het Guggenheim Museum in New York opende in het iconische gebouw van Frank Lloyd Wright. Toenmalig directeur James Johnson Sweeney was namelijk fervent verzamelaar van wat hij tastebreakers noemde: vernieuwende kunstenaars die door de toen heersende smaak heen braken. Hij had er een scherp oog voor, want zijn tastebreakers zijn nu de gevestigde orde. De tentoonstelling in het Cobra Museum is dan ook een ode aan Sweeney en het Guggenheim Museum, en leert haar bezoekers meer over deze geschiedenis. Erg interessant.

Eerbied

Het was spannend wat de abstracte kunstenaars in de jaren vijftig deden, en bijzonder hoe het Guggenheim Museum daar zo snel al oog voor had. De prachtige en ruim opgezette tentoonstelling in het Cobra Museum in Amstelveen draagt dat duidelijk over. Wat je echter vooral overvalt tijdens het bezoeken van de tentoonstelling, is een gevoel van eerbied. Het is heel bijzonder om kunst van zulke klasse in ons eigen kleine kikkerlandje te kunnen zien.

Tags: , , , , , , , , ,
Posted in Kunst, Recensie | No Comments »

Floating Skyscrapers toont dat acceptatie van homoseksualiteit niet vanzelfsprekend is

april 18th, 2014

Floating Skyscrapers (Plynace Wiezowce) is een liefdesverhaal over twee jongens, Michal en Kuba, die elkaar ontmoeten tijdens een feestje. Hun relatie is nogal gecompliceerd doordat Kuba nog niet is uitgekomen voor zijn seksuele geaardheid. Zijn geheim zorgt dan ook voor veel problemen, onuitgesproken gevoelens en zelfs haat. Deze worden vooral zichtbaar in momenten van stilte of complete onrust. De kracht van de film zit in de close-ups, die de intense emoties op de gezichten van de acteurs weet te tonen.

Zwemmer Kuba gespeeld door Mateusz Banasiuk (Big Love) is hard op weg om door te breken in de wereld van de topsport. Zijn ontmoeting met Michal (Bartosz Gelner) opent echter een geheel nieuwe wereld voor hem. Terwijl Kuba steeds meer met Michal rondhangt, probeert zijn vriendin er alles aan te doen om hun eigen relatie in stand te houden. De film is dan ook gevuld met stiekeme ontmoetingen, ontluikende liefdesscènes en pijnlijke situaties die laten zien dat homoseksualiteit nog niet altijd geaccepteerd wordt.

Groeiende vermoedens

Het is dan ook Kuba’s vriendin Sylwia (Marta Nieradkiewicz), die moeite heeft om de seksuele geaardheid van haar vriend te accepteren. Vanaf het moment dat ze Michal en Kuba samen ziet, groeit haar vermoeden over hun hechte relatie en neemt jaloezie de overhand. Deze gevoelens zijn duidelijk te voelen in een scène waarbij Michal bij het koppel wordt uitgenodigd voor het diner. De spanning is dan ook om te snijden tijdens dit stil etentje. Gefocust op hun borden met eten weet Sylwia met haat gevulde blikken naar Michal te werpen. Nieradkiewicz weet zonder woorden maar met sterke gezichtsuitdrukkingen de gevoelens van Sylwia goed over te brengen.

Close-up

Deze gezichtsuitdrukkingen vallen extra op doordat de film voornamelijk is opgebouwd uit close-ups. Als kijker zit je dicht op de huid van Kuba, Michal en Sylwia. Elk klein detail van een bepaalde emotie krijgt hierdoor meer kracht. Dit wordt nog meer uitvergroot doordat de camera alleen scherp stelt op het personage vlak voor de camera. Een landschap, auto’s op een snelweg of renners op een atletiekbaan trekken hierdoor als wazige vlekken haastig voorbij op de achtergrond. Het benadrukt dat slechts de driehoeksverhouding tussen Kuba, Michal en Sylwia er toe doet in deze film. Floating Skyscrapers is een innemende drama waarbij de kijker zich nauw betrokken voelt bij de innerlijke tweestrijd waarin Kuba verkeerd.

Pijnlijke stiltes

Het doeltreffend gebruik van muziek en geluid versterkt nog meer het gevoel van betrokkenheid bij deze film. De langdurende close-ups van onder meer de wanhopige haatdragende blikken van Sylwia hebben, juist door de stilte, een grote impact op de kijker. Anderzijds worden de momenten van blinde woede uitvergroot door het gebruik van muziek. Agressieve en oncontroleerbare tonen begeleiden dan ook passend scènes waarin zelfcontrole ver te zoeken is.

Tomasz Wasilewski’s Floating Skyscrapers weet door stilte, close-ups en sterk acteerwerk de kijker nauw te betrekken bij de personages. Om je vervolgens achter te laten met het verontrustend gevoel dat vrijheid van seksuele geaardheid en acceptatie hiervan zelfs in onze huidige maatschappij slechts een illusie is.

 

Tags: , , , , , , , , , ,
Posted in Film, Recensie | No Comments »

Run & Jump is een sentimenteel verhaal over revalidatie

april 18th, 2014

De Ierse film van het jaar, zo kan Run & Jump ook wel genoemd worden. De film heeft de afgelopen award seizoen bijna alle Ierse en Europese filmprijzen in de wacht gesleept. Regisseur Steph Green vertelt het emotionele verhaal van een gebroken familie. Op een authentieke manier laat hij zo een onconventioneel familieportret zien, wat zeker de moeite waard is om te kijken.

In Run & Jump draait het vooral om de Ierse moeder Vanetia Casey (Maxime Peake) en haar echtgenoot Conor (Edward McLiam), die na een hersenbloeding zijn herinneringen en persoonlijkheid kwijt is. Conor is niet meer dezelfde man waar Vanetia ooit mee trouwde en ze vecht om haar huwelijk in stand te houden. Niet alleen Conor’s vrouw probeert opnieuw een band te smeden, maar ook zijn kinderen proberen hun nieuwe vader te accepteren. Om deze hectische en emotionele tijd nog intenser te maken krijgt de Casey-familie de Amerikaanse dokter Ted Fielding (Will Forte) in huis om Conor te observeren voor zijn research.

Realistische openbaring

Hoewel er al vaker films zijn verschenen die het verhaal vertellen van een heftige revalidatie, is Run & Jump heel anders. De film draait niet om Conor en zijn revalidatie, maar belicht de situatie van Vanetia, en de connectie met haar man. Ze zoekt naar verschillende manieren om hun oude huwelijk terug te krijgen, maar hoe hard Vanetia er ook voor vecht, het zal nooit meer hetzelfde zijn. En dat is waar de film het meest weet te raken. Het verdriet en de frustratie van Vanetia is realistisch en weet op een indrukwekkende manier sentiment op te roepen.

Regisseur Steph Green (New Boy) debuteert zijn eerste lange speelfilm met Run & Jump, en levert gelijk een buitengewoon resultaat. De film heeft onder andere Beste Ierse Speelfilm op het Galway Film Awards en Beste film op het Valladolid International Film Festival gewonnen. De Ierse film heeft terecht deze prijzen gekregen, en staat nog genomineerd bij andere grote internationale filmfestivals.

Showsteler

Het verhaal van Run & Jump klinkt heel pijnlijk en somber, maar de film heeft ook zo zijn grappige en levendige momenten. Wanneer Vanetia en Ted samen een joint roken om de stress en frustraties eens te laten gaan, ontstaat er een komisch en tevens ontroerende scène. Beide personages leggen hun familie problemen op tafel en laten op die manier een andere kant van zichzelf zien.

De grootste bron van de film’s levendige momenten zijn Peake en Forte. Hoewel Forte nogmaals weet te schitteren na de kaskraker Nebraska (2013), weet Peake de show te stelen met haar stralende karakter. Ze heeft een helderheid en kracht over haar acteerwerk hangen waarmee ze alle aandacht van de kijker weet te trekken.

Regisseur Steph Green weet met behulp van Maxime Peake en Will Forte het verhaal van deze imperfecte en opmerkelijke familie tot leven te brengen in Run & Jump. De conflicten waar de familie mee strijdt worden op een warme manier overgebracht en dat zorgt voor een bijzondere film.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,
Posted in Film, Recensie | No Comments »

Jeroen de Pessemier: “Dit is het eerste album dat we echt als een groep hebben gemaakt”

april 18th, 2014

Minder stampen en meer luisteren. Dat blijkt de insteek voor het nieuwe album van The Subs. Op het derde album, Hologram, is het Belgische elektro-trio een nieuwe weg ingeslagen. CultuurBewust.nl sprak met frontman Jeroen de Pessemier in de zon voor Ekko in Utrecht over hun nieuwe album Hologram, dat ze daar afgelopen zaterdag voorstelden.

- Hologram klinkt duidelijk anders dan de vorige twee albums van The Subs: meer pop. Waarom is dat?

“Wij speelden al langer met het idee om een popalbum maken. The Subs hebben een bepaald geluid en daar kennen mensen ons van, maar wij willen ons blijven ontwikkelen. Ik wilde experimenteren met harmonieën en zanglijnen. Hologram is een popalbum geworden, maar wel met die weirde twisten van The Subs.”

- Op Hologram staan ontzettend veel gastoptredens, waarom heb je daarvoor gekozen?

If you want to go pop, dan moet je een goede stem hebben en moet het allemaal kloppen. Met stemmen van bijvoorbeeld Selah Sue of Jay Brown lukt dat. Brown is een beginnende singer-songwriter. Vanaf het begin dat ik haar hoorde spelen, was ik ontzettend onder de indruk van haar stem.  Ik heb haar gevraagd om samen met mij nummers te gaan maken. Dat ging heel goed, zij kan heel veel verschillende stijlen. Een aantal nummers zijn ook door haar bedacht. ‘Hologram’ was bijvoorbeeld door haar geschreven op gitaar, dat hebben we daarna omgezet en op ‘Cling to Love’ klinkt ze bijvoorbeeld bijna als Kylie Minogue.

Er staan ook twee nummers met rapper Danny Greene op het album. Hij is echt een karakteristiek figuur uit het Londense nachtleven.  Hij is geen professioneel rapper, maar daardoor is zijn boodschap des te authentieker. Nadat ik hem ontmoette, moest en zou ik een nummer met hem maken. Het heeft wel drie maanden geduurd voordat we een afspraak hadden, want hij heeft niet eens een gsm. We hebben ‘The Bottle’ samen met Greene gemaakt. De opnames voor dit nummer begonnen moeizaam. Maar toen zei ik tegen hem, dat hoor je ook in het intro van het nummer, je bent heel goed met associaties. Daarop zei hij, “ja dat klopt” en toen ging hij los. Het nummer hebben we daarna in een keer opgenomen.”

- Jij woont in Londen, de andere twee leden van The Subs wonen nog steeds in België. Bemoeilijkte dat het maken van dit album?

“Nee totaal niet. We hebben alle nummers of onderdelen steeds naar elkaar toe gestuurd via dropbox. Doordat we elkaars werk voortdurend luisterden en bewerkten, voelt dit ook als het eerste album dat we samen gemaakt hebben. Normaal maak ik de nummers alleen. Verder hebben we elkaar af en toe ontmoet, bijvoorbeeld met de opname van de zanglijn van ‘Trapped’.”

- ‘Trapped’ is een jaren tachtig hit van Colonel Abrams.  Jullie hebben hier een nieuwe versie van gemaakt. Wat hebben jullie met dat nummer?

‘‘Wiebe (producer van The Subs, Wiebe Loccufier) is een fan van dit nummer. Er bestaat een a capella versie van ‘Trapped’ en hij probeert die al jaren te pitchen bij ons. Hij test die zangpartij over bijna iedere nieuwe beat. Nu vonden we eindelijk een match.”

- Colonel Abrams heeft het nummer zelf opnieuw ingezongen. Was het makkelijk om hem te vinden en kon hij nog wel zingen?

“Nee, dat was een heel avontuur. We wilden eerst de a capella versie gebruiken, maar we kregen de rechten van die sample niet. Toen besloten we Abrams zelf te vragen, maar we wisten niet waar hij was. We zijn als social media-detectives op internet gaan zoeken om hem op te sporen. Via zijn oude manager vonden we Abrams uiteindelijk in een motel in New Jersey. Hij heeft tijdens onze ontmoeting niet verteld waarom hij daar woonde, dus het is mij niet duidelijk geworden wat er verder in zijn leven is gebeurd, maar we waren wel erg verbaasd.

Vervolgens hebben we hem naar onze studio in Gent gehaald. Toen hij aankwam wilde hij eerst naar de kapper en nieuwe kleding hebben. Hij vond dat als hij het nummer opnieuw ging inzingen hij wel volledig als Colonel Abrams moest zijn. Zijn stem was niet goed, maar we hebben hem flink wat Baileys en spare-ribs gegeven en toen opeens was daar de juiste klank weer.”

- Het album heeft door alle gastoptredens veel verschillende stijlen, vind je niet dat het album hierdoor minder een geheel is?

“Ik denk dat het zeker wel een consistent album is. Het is alleen anders dan een album van bijvoorbeeld Disclosure. Daarop klinken de zangers allemaal erg gelijk. Nu heb je vijf totaal verschillende zangers, dus totaal verschillende identiteiten. Toch past het allemaal wel bij elkaar. ‘Concorde’ klinkt misschien meer zoals ons oudere werk, maar dit nummer bestaat al langer. De eerste demo daarvan is denk ik al twee jaar oud. Toch hoor je ook hier dat er meer melodielijnen inzitten. Alle nummers hebben meer harmonie en daarom voelt het wel als een geheel.”

Tags: , , , , , , , , , , , ,
Posted in Interview, Muziek | No Comments »

Toen Was Geluk Heel Gewoon leunt te veel op het succes van de gelijknamige tv serie

april 18th, 2014

Bijna 20 jaar lang was Toen Was Geluk Heel Gewoon een populaire serie op de Nederlandse televisie. De film pakt de draad op in 1974; op het moment dat Nederland de wereldkampioenschap voetbal verliest van Duitsland. Een akkefietje tussen hoofdpersonage Jaap en zijn schoonmoeder loopt uit de hand waardoor zijn huwelijk op het spel komt te staan. Deze Nederlandse komedie is een zwak vervolg op een serie die niet voor niets vijf jaar geleden van de buis is gehaald.

Jaap (Gerard Cox, Het Bombardement) gooit uit frustratie zijn televisie uit het raam tijdens het WK voetbal en brengt hiermee het hondje van zijn schoonmoeder om het leven. Hierdoor ziet deze haar kans schoon om haar schoonzoon uit het leven van haar dochter te verbannen. De situatie gaat van kwaad tot erger waarbij Jaap, vergelijkbaar met Fred Flintstone (The Flintstones), onbedoeld van de regen in de drup geraakt.

Typetjes

Het ontbreekt het plot van Toen Was Geluk Heel Gewoon ontbreekt aan originaliteit.  Een man die niet door zijn schoonmoeder wordt goedgekeurd, terwijl zijn vrouw in een midlifecrisis terecht komt, zijn thema’s die menig film domineren. Ook zijn de meeste typetjes uit de serie achterhaald. De succesvolle homo in de kast of die yogaleraar met oneerbare motieven hebben we al duizenden keren mogen bewonderen. Alleen de patiënten in de psychiatrische inrichting zijn nog enigszins origineel te noemen. De één beeldt zich in een beroemdheid te daten, terwijl de ander zich de koning van Nederland waant. Deze onbenoemde acteurs weten met een krankzinnige blik en spastische trekjes een groepje geloofwaardige gekken naar het scherm te brengen. Ze ontlokken de kijker zo nu en dan zelfs nog een lach.

Joke Bruijs

Wie geen lach weet te generen is Joke Bruijs (Goede Tijden Slechte Tijden) in de rol van Nel Kooijman. Nel komt terecht in de voor haar, vreemde wereld van yoga en verwondert zich over alles wat haar pad kruist. Joke Bruijs weet haar ogen als schoteltjes op te zetten, maar hier houdt haar inlevingsvermogen dan ook wel op. Haar handelingen zijn vaak net iets te ongemakkelijk en de chemie met de ander acteurs lijkt te ontbreken. Hierdoor gaat de midlifecrisis van Nel dan ook al snel vervelen.

Retro

Wat ook snel gaat vervelen is de overvloed aan mooie retro Dafjes en Volkswagens. Deze blinken echter zo erg en dat ze regelrecht uit de showroom lijken te komen. Ook de aankleding van de acteurs is alles behalve geloofwaardig. De carnavaleske outfits, waaronder flowerpower hippies met overdreven grote peace kettingen om,  doet de authenticiteit van de film geen goed. Daarnaast is de gekozen kleurenfilter van de film net iets te fel waardoor alles te gepolijst aanvoelt.

Toen Was Geluk Heel Gewoon is uiteindelijk slecht geacteerd en achterhaald en komt de naam van de gelijknamige serie dan ook niet ten goede.

Tags: , , , , , , , , , ,
Posted in Film, Recensie | No Comments »

Oorlog en terpentijn is een eerbetoon aan Stefan Hertmans grootvader

april 17th, 2014

De jury van de Libris Literatuur Prijs 2014 prees zich gelukkig met de genomineerde romans die ‘van uitzonderlijke kwaliteit’ zijn. Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans is er daar één van. Aan de hand van de oorlogsmemoires van zijn grootvader schreef Hertmans een roman over diens leven voor, tijdens en na de Eerste Wereldoorlog. Een aangrijpende reconstructie waarmee Oorlog en terpentijn bewijst een serieuze kanshebber voor de beste Nederlandstalige roman te zijn.

Enkele jaren voor zijn dood in 1981 gaf de grootvader van Hertmans zijn kleinzoon een aantal volgeschreven oude cahiers, waarin hij zijn herinneringen had neergeschreven in zijn weergaloze vooroorlogse handschrift. Na de geschriften meer dan dertig jaar lang ongeopend te hebben laten liggen, opende Hertmans ze en schreef Oorlog en terpentijn.

Te lange aanloop
De roman is verdeeld in drie delen. Het eerste deel  speelt zich af rond 1907 in Gent, België. Hertmans grootvader Urbain Martien is dan zeventien jaar oud en kent een armoedig bestaan. Aan de hand van de alwetende verteller Stefan Hertmans, heel soms afgewisseld met een handgeschreven tekst van Urbain, krijgt de lezer een goede indruk van het leven van vroeger. Hertmans beschrijft dit goed, waardoor je de indruk krijgt zelf in die tijd rond te lopen. Toch blijft dit deel van de roman aan de oppervlakte, omdat er weinig verhaal in zit. Het lijkt een te lange aanloop naar wat komen gaat.

Oorlog en terpentijn
Zo langdradig is het eerste deel, zo zinderend is deel twee. Door het vertelperspectief naar Hertmans grootvader over te brengen, wordt de roman meer verhalend en is het beter door te komen. De Eerste Wereldoorlog is begonnen, wat onmiddellijk voor spanning zorgt. Urbain Martien maakt als soldaat de meest gruwelijke dingen mee. De oorlog blijft hierdoor in het verdere leven van Urbain een grote rol spelen. Ook de schilderkunst is belangrijk in zijn leven. Zijn verleden, de armoede en de oorlog, maar ook een jonggestorven grote liefde kan Urbain kwijt in de schilderkunst. Oorlog en terpentijn; Urbain wordt hier constant tussen heen en weer geslingerd: “de mens die ik geworden ben, twijfelend tussen het volle, moeilijke leven en de stille, mij troostende schilderkunst”.

In dit eerbetoon aan zijn grootvader was Stefan Hertmans “op zoek naar zijn plaats en naar een manier om als schrijver uit te stijgen boven het kopiëren, om geen verraad te plegen aan de waarheid, maar ook niet aan de artistieke waarachtigheid.” Het zijn woorden uit het juryrapport van de Libris Literatuur Prijs 2014. De jury prijst hem terecht met een nominatie. Hertmans slaagt erin op een knappe manier de waarheid in een roman te verwoorden, waarmee hij “de stem van een hele generatie vertolkt”.

Tags: , , , , , ,
Posted in Literatuur, Recensie | No Comments »

De Poel is een prettige Nederlandse vertaling van de campingtrip-gone-bad

april 17th, 2014

Op de 30e editie van het Imagine Film Festival gaat De Poel in première. De Poel is de nieuwste horror-aanwinst van Nederlandse bodem. In deze film weet Chris Mitchell het horror scenario -bekend van The Evil Dead en The Blair Witch Project- waarin een groep vrienden besluit om in de bossen te gaan kamperen, overtuigend in een Nederlands jasje te gieten.

Een echtpaar en twee zoons hebben besloten om eens te gaan kamperen in Nederland in plaats van hun zomervakantie te besteden in het buitenland. Samen met een onlangs gescheiden vriend en zijn dochter trekken ze de Nederlandse bossen in waar ze hun tenten opzetten aan de rand van een vijver. Op het eerste gezicht is het een idyllische vakantie, totdat er vreemde dingen gebeuren na het vertellen van een spookverhaal tijdens de eerste nacht.

Folklore

De Poel is gebaseerd op Nederlandse volksverhalen. Tijdens de eerste nacht vertelt Jan (de gescheiden echtgenoot) over een volks-mythe die in de omgeving van de bossen al generaties lang wordt door gegeven. De plaatselijke bevolking gelooft dat er in de bossen waarin het verhaal zich afspeelt een mysterieuze kracht leeft die ervoor zorgt dat mensen verdwijnen. Dit verhaal samen met het feit dat de groep zich bevindt in een stuk bos dat verboden terrein is, zorgen voor de basis van de film.

De psychologische ontwikkelingen van de personages als gevolg van deze basis laten de film naast horror ook een beetje naar het thriller-genre neigen. Jaloezie tussen de twee broers, onzekerheid van vader Lennaert die net zijn baan verloor en een affaire zorgen voor spanningen tussen personages en innerlijke gevechten. De Poel slaagt erin om niet te blijven hangen in moord en bloederige scènes, maar ook spanning te halen uit deze diepere verhaallijn.

Overtuigend

De Nederlandse film staat niet altijd bekend om zijn sterke acteerwerk. De Poel laat zien dat dit ook anders kan met onder andere een goede rol van Gijs Scholten van Aschat. Hij speelt Lennaert: een man die een tijd terug is ontslagen en wiens huwelijk niet op rolletjes loopt. Lennaert is ook het brein achter het idee van de kampeervakantie. Hij probeert de vakantie in eerste instantie te redden, maar langzaam bezwijkt hij onder de druk van de situatie. Overtuigend weet Scholten van Aschat deze langzame ontwikkeling in zijn personage op het scherm over te brengen door subtiele veranderingen in zijn bewegingen, blikken en acties.

Al met al is De Poel een welkome verrassing in de Nederlandse filmwereld. Met interessante karakterontwikkelingen en mooie omgevingsshots die het verhaal goed opbouwen, is de film een fijne bewerking van het bijna cliché scenario van de verdwaalde groep in het bos. Zo weet Chris Mitchell in de zee van romantische-komedies met De Poel een goed begin te maken aan het vullen van de leegte waar de Nederlandse genrefilm zijn plaats moet vinden.

Tags: , , , , , , , ,
Posted in Film, Recensie | No Comments »

« Older Entries |

Volg ons

Nieuwsbrief

Ja, ik ontvang graag tweewekelijks de tofste culturele uitgaanstips.