De omwegen van Jeroen Theunissen is langdradig en onbegrijpelijk

april 20th, 2014

De omvangrijke roman De omwegen van de Vlaamse schrijver Jeroen Theunissen heeft het geschopt tot de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2014. Volgens de jury  is de roman ‘vlijmscherp’ en worden de gebeurtenissen ‘in vliegende vaart’ beschreven. Of de jury het over hetzelfde boek heeft, is onduidelijk. Want als er iets is waar het in De omwegen aan ontbreekt, dan is het wel vaart.

De omwegen is een bijna 400 pagina’s tellende niet-chronologische familiekroniek. De drieling Johan, Joris en Jonas Goetgeluck staat centraal. Tegelijkertijd met de levensloop van de drie Jo’s en hun ouders wordt een beeld geschetst van het naoorlogse België tot en met 2014. De Jo’s hebben allemaal een eigen karakter: Johan is slim, maar lacht nooit, Jonas is sociaal en geliefd, maar kan verder niet veel en Joris is een vrijbuiter met agressieve trekjes. Zo gaan ze ook allemaal hun eigen weg.

Jo, Jo en Jo

Dat de namen van de drie jongens bijna identiek zijn, maakt het in het begin lastig om de personages te onderscheiden. Bovendien worden ze niet alleen met hun voornamen genoemd, maar ook met de bijnamen Lange Jo, Grote Jo en Kleine Jo. Hoewel dit na een tijd wel went, is dit in het begin vervelend lezen.

Naast het feit dat de hoofdpersonages moeilijk uit elkaar te houden zijn, zijn ze ook nog eens onsympathiek en niet erg realistisch. Een drieling die zowel uiterlijk als karakter in werkelijk niets op elkaar lijkt, dat is vreemd. Daarnaast maken ze, omdat ze zo verschillend zijn en allerlei rare trekjes hebben, telkens ruzie. Het is moeilijk om sympathie op te brengen voor de Jo’s.

Onbegrijpelijke zinnen

Wat het lezen daarnaast vervelend maakt, is het langdradige en onbegrijpelijke taalgebruik. Soms moet je zinnen drie keer lezen voordat je snapt wat er precies staat. Zoals ‘Niet weinig vrienden, familieleden en kennissen waren heimelijk door zijn bij momenten charmante losbandigheid eerder gefascineerd dan verontwaardigd.’  En ziet ook maar één lezer een beeld voor zich bij de beschrijving van ‘Levantijnse ogen’? Het is op zich op een interessante manier verwoord en het spreekt voor Theunissen dat hij de lezer niet onderschat, maar waarom zou je jezelf door 400 pagina’s met dit soort zinnen heen worstelen? Met dit soort taalgebruik kan het boek de lezer maar moeilijk vasthouden en leest het niet lekker weg.

Hoewel Jeroen Theunissen een enorme, veelomvattende en met maatschappelijke kwesties doorweven familiekroniek heeft geschreven, doen zowel het taalgebruik als de onsympathieke, onrealistische personages afbreuk aan wat een goed boek De omwegen had kunnen zijn.

Tags: , , , , , , ,
Posted in Literatuur, Recensie, Tip | No Comments »

De highlights van de Quadriennale Beyond Tomorrow in Düsseldorf

april 19th, 2014

Nu te zien in Düsseldorf: de Quadriennale. Deze vierjaarlijkse kunstmanifestatie toont op veel verschillende plekken gelijktijdig exposities rondom het thema Beyond Tomorrow. De toekomst is uiteraard een onderwerp waar je veel kanten mee op kunt en een zeer gevarieerd aanbod (van Kandinsky tot Kapoor) is dan ook het resultaat. De kunst is om van te smullen. CultuurBewust.nl zette voor jullie de hoogtepunten op een rijtje. En bedenk: vanaf Amsterdam is het slechts tweeënhalf uur met de IC.

Maar liefst dertien tentoonstellingen zijn te bezichtigen, alle feestelijk geopend op 4 april. In verschillende gebouwen, onder andere in Museum Kunstpalast, Kunsthalle Düsseldorf en zelfs in een tunnel, kun je terecht met een dagpas van de Quadriennale. Veel tentoonstellingen zijn op loopafstand van elkaar te vinden.

Art and Alchemie – The Mystery of Transformation
Een echte aanrader is de tentoonstelling Art and Alchemie in Museum Kunstpalast. Hier zijn maar liefst 250 werken van begin 18e eeuw tot heden te zien. De alchemisten van vroeger, die goud wilden maken van stof, worden naast de kunstenaars van nu gezet, die van simpele materialen kunstwerken weten neer te zetten. In het ‘oude’ gedeelte kun je je vergapen aan tekeningen van Albrecht Dürer en een rariteitenkabinet terwijl je in het ‘nieuwe’ gedeelte wordt verrast door de Surrealisten en moderne en hedendaagse kunst van Sigmar Polke(1941-2010) en Anish Kapoor(1952). Kapoor maakt prachtige sculpturen waarbij het lijkt dat deze puur bestaan uit poeder. Vanaf hier kun je door het park lopen naar het volgende hoogtepunt in K20 Grabbeplatz.

Kandinsky, Malevich en Mondriaan
Drie topnamen in één tentoonstelling. De kunstenaars hebben elk een eigen ‘strook’ met kunstwerken en de werken zijn chronologisch neergezet. Zo kun je goed zien wat de kunstenaars gelijktijdig (begin twintigste eeuw) aan het maken waren. De gemeenschappelijke factor is niet enkel de geometrische vormen, die zij allen in min of meerdere mate in hun schilderijen verwerkten, maar ook de kleur wit. Deze kleur stond voor elke kunstenaar symbool voor iets groters, iets absoluuts.

Zo representeerde de kleur wit voor Wassily Kandinsky (1866-1944) een ruimte van mogelijkheden, zag Piet Mondriaan (1872-1944) de kleur wit eerst als een neutraal oppervlak, maar later als lege ruimte en zag Kazimir Malevich (1879-1935) de witte kleur als een achtergrond waarop de geometrische vormen leken te zweven. Allen zochten zij met hun werk een utopie, een ideaal, een eindstation, dat Malevich ogenschijnlijk bereikte met zijn zwarte vierkant.

Smart New World
Tegenover K20 kun je in Kunsthalle Düsseldorf naar de tentoonstelling Smart New World, waar je bij binnenkomst met een flinke dosis humor op scherp wordt gezet. Je wordt verzocht een formulier te ondertekenen waarmee je laat blijken met verschillende stellingen eens te zijn, zoals: “Illusion is a revolutionary weapon.” Smart New World poogt je een toekomstbeeld te laten zien, met name van de invloed van digitalisering en technologie en je hierbij bewust te maken van vele onderliggende systemen en structuren. Een van de werken is van Taryn Simon (1975), een digitale image atlas, waar je kunt zien welke beelden in welk land worden getoond bij het intoetsen van een woord in een zoekmachine. Zo zie je hoe ook google cultureel bepaald is en dat de voorkeuren van een land, censuur bepalen welke beelden jij ziet.

Saraceno
Een letterlijk hoogtepunt van de Quadriennale is het ruimtelijke en speelse werk van Tomás Saraceno (1973) genaamd In Orbit. Met een zwarte of donkerblauwe overall en (helaas) zweterige schoenen mag je zijn werk betreden. Het is een heel groot net dat 25 meter boven het museum hangt. Om het net heen hangen grote doorzichtige en alien-achtige ballonnen wat een sciencefictionsfeer oplevert. Een beetje wiebelig en spannend is het zeker. Kunstwerk of attractie? In ieder geval een bijzondere ervaring. Het is net alsof je in een ruimtepak boven het museum zweeft.

De Quadriennale in Düsseldorf is de rit absoluut de moeite waard en is nog tot 10 augustus 2014 te zien.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,
Posted in Kunst, Reportage, Tip | No Comments »

Ulysees van Justin Nozuka is een groot experiment

april 19th, 2014

In 2007 had de Canadees-Japanse singer-songwriter Justin Nozuka een hitsingle met het nummer ‘After Tonight’ en al gauw werd soulvolle gitaarmuziek zijn handelskenmerk. Op zijn nieuwe album Ulysees breekt hij echter met die traditie. Op de plaat vertelt de muzikant een verhaal waarin de nummers een reis verbeelden langs langgerekte landschappen en diepe, duistere bossen. Dat komt tot uiting in langzame en dromerige liedjes met galmende klanken en synthesizereffecten.

Na zijn debuutalbum Holly (2007) en de opvolger You I Wind Land and See (2011) nam Nozuka een aantal jaar de tijd om zijn derde werk te maken. Hij besloot de productie zelf te doen en nam het album op in zijn thuisstudio. Eigenhandig speelde hij ook veel van de instrumenten in die je op de plaat hoort, zoals gitaar, piano, toetsen, percussie en orgel. De vrijheid van zelf produceren gaf hem de mogelijkheid om te experimenteren en gedurfde stappen te zetten.

Soundscapes

De liedjes die hij aflevert zijn dan ook geen hapklare brokken. Het zijn vooral psychedelische nummers en Nozuka kiest vaak voor het verwerken van soundscapes in zijn muziek. Daartoe worden er met synthesizers klanken geproduceerd die geen akkoorden zijn en geen doelbewust ritme kennen. Het zijn lang aanhoudende geluidsgolven met een hypnotiserend effect. Je hoort ze vooral goed terug in een aantal instrumentele liedjes op de plaat, zoals het openingsnummer ‘Nest’ of ‘Lucerne’.

Griekse mythologie

Kenmerkend zijn ook de overduidelijke verwijzingen naar de Griekse mythologie. Zo slaat de albumtitel op James Joyce’ modernistische roman Ulysses uit 1922, die als grootste inspiratiebron het verhaal heeft van de zwervende  held Odysseus na afloop van de oorlog om Troje. Twintig jaar lang dwaalt hij rond en wordt hij belaagd door zeegod Poseidon voor hij met zijn vrouw Penelope wordt herenigd. Ook de liedjes ‘Iulius’ en ‘Hera’ refereren naar figuren uit de oud-Griekse mythen en sagen. Wat opvalt is dat het geen nieuw werk is, maar dat het remakes zijn van nummers die Nozuka eerder schreef maar niet uitbracht op een album. Het gaat om de liedjes ‘Ababayo’ en ‘Comfort In Emptiness’.

Dromerig

Nieuw op de plaat zijn wel ‘Sweet Lover’ en de single ‘Right By You’. Terwijl uit ‘Sweet Lover’ enigszins wanhoop spreekt, is ‘Right By You’ een verzachtende, minimalistische track. Het nummer roept een loom, sensueel gevoel op en geeft een kijkje in de rustgevende droomachtige wereld die Justin Nozuka probeert te creëren op het album. Zijn emotioneel geladen stem draagt bij aan het soezerige geluid dat het liedje neerzet.

Al met al heeft de experimentele insteek van Nozuka tot een compleet ander album geleid dan de voorgangers, dat bij de popliefhebbers beslist niet zo pakkend in het gehoor zal liggen. Het vormt een geheel van dromerige liedjes die in elkaar overvloeien en waarop de zanger zich volledig geeft. In eerste instantie klinkt de plaat misschien eentonig, maar wanneer je beter luistert hoor je steeds meer lagen. De nummers laten dan ook veel over aan de verbeelding, zowel tekstueel als muzikaal. Sluit daarom je ogen en waan je in de intrigerende wereld van Ulysees.

Tags: , , , , , , , , , , ,
Posted in Muziek, Recensie | No Comments »

Prachtige internationale abstractie in het Cobra Museum

april 19th, 2014

Het Cobra Museum in Amstelveen pakt uit met een ware blockbuster over internationale abstractie uit de jaren vijftig. Klinkende namen als Jackson Pollock, Willem de Kooning en Karel Appel zijn namelijk te zien in de tentoonstelling From the Guggenheim Collection to the Cobra Museum: International Abstraction 1949-1960. Zoals de titel doet vermoeden zijn de werken afkomstig uit de befaamde Solomon R. Guggenheim collectie uit New York. En het is werkelijk prachtig.

New York

De tentoonstelling focust zich op de roerige jaren vijftig waarin de naoorlogse samenleving en de kunst radicaal veranderden. Het internationale kunstcentrum verschoof van Parijs naar New York, waar het abstract expressionisme hoogtij vierde. Dat deze Amerikaanse schildersstroming ontzettend divers was laat de tentoonstelling goed zien. Zo is Number 18 (1950) van Jackson Pollock (1912-1956) een sterk voorbeeld van action painting: de verschillende kleuren verf zijn expressief in slierten op het doek gedropen en gegooid. Pollock werd duidelijk niet zomaar Jack the Dripper genoemd. Andere schilders werkten puur met grote kleurvlakken. Zo plaatste Mark Rothko (1903-1970) in Untitled (1947) een blauw en een oranje kleurvlak op een bruine achtergrond. Oog in oog met het eindresultaat is de aantrekkingskracht hiervan voelbaar.

Parijs

De tentoonstelling richt zich ook op naoorlogse kunst uit Europa. Wel zo passend (het blijft immers het Cobra Museum) is de aandacht voor Cobra kunstenaars als Karel Appel (1921-2006). Appel maakte kleurrijk werk waarin enigszins figuren herkenbaar zijn. Heel anders is het grauwe Composition (1953) van Alberto Burri (1915-1995) dat bestaat uit aan elkaar genaaide juten zakken. Of het werk van de Franse action painter Georges Mathieu (1921-2012). Zijn Painting (1952) en Untitled (1959) doen verfijnd aan door de kalligrafische elementen die niet het gehele doek bedekken. Genoemde kunstenaars zijn slechts een kleine greep uit de tentoonstelling, die prachtig laat zien dat zowel de Amerikaanse als de Europese abstracte kunst van de jaren vijftig ontzettend uiteenlopend en vernieuwend was.

Tastebreakers

Dertien van de werken die nu in het Cobra Museum hangen waren ook te zien op de Inaugural Guggenheim Exhibition uit 1959, waarmee het Guggenheim Museum in New York opende in het iconische gebouw van Frank Lloyd Wright. Toenmalig directeur James Johnson Sweeney was namelijk fervent verzamelaar van wat hij tastebreakers noemde: vernieuwende kunstenaars die door de toen heersende smaak heen braken. Hij had er een scherp oog voor, want zijn tastebreakers zijn nu de gevestigde orde. De tentoonstelling in het Cobra Museum is dan ook een ode aan Sweeney en het Guggenheim Museum, en leert haar bezoekers meer over deze geschiedenis. Erg interessant.

Eerbied

Het was spannend wat de abstracte kunstenaars in de jaren vijftig deden, en bijzonder hoe het Guggenheim Museum daar zo snel al oog voor had. De prachtige en ruim opgezette tentoonstelling in het Cobra Museum in Amstelveen draagt dat duidelijk over. Wat je echter vooral overvalt tijdens het bezoeken van de tentoonstelling, is een gevoel van eerbied. Het is heel bijzonder om kunst van zulke klasse in ons eigen kleine kikkerlandje te kunnen zien.

Tags: , , , , , , , , ,
Posted in Kunst, Recensie | No Comments »

Floating Skyscrapers toont dat acceptatie van homoseksualiteit niet vanzelfsprekend is

april 18th, 2014

Floating Skyscrapers (Plynace Wiezowce) is een liefdesverhaal over twee jongens, Michal en Kuba, die elkaar ontmoeten tijdens een feestje. Hun relatie is nogal gecompliceerd doordat Kuba nog niet is uitgekomen voor zijn seksuele geaardheid. Zijn geheim zorgt dan ook voor veel problemen, onuitgesproken gevoelens en zelfs haat. Deze worden vooral zichtbaar in momenten van stilte of complete onrust. De kracht van de film zit in de close-ups, die de intense emoties op de gezichten van de acteurs weet te tonen.

Zwemmer Kuba gespeeld door Mateusz Banasiuk (Big Love) is hard op weg om door te breken in de wereld van de topsport. Zijn ontmoeting met Michal (Bartosz Gelner) opent echter een geheel nieuwe wereld voor hem. Terwijl Kuba steeds meer met Michal rondhangt, probeert zijn vriendin er alles aan te doen om hun eigen relatie in stand te houden. De film is dan ook gevuld met stiekeme ontmoetingen, ontluikende liefdesscènes en pijnlijke situaties die laten zien dat homoseksualiteit nog niet altijd geaccepteerd wordt.

Groeiende vermoedens

Het is dan ook Kuba’s vriendin Sylwia (Marta Nieradkiewicz), die moeite heeft om de seksuele geaardheid van haar vriend te accepteren. Vanaf het moment dat ze Michal en Kuba samen ziet, groeit haar vermoeden over hun hechte relatie en neemt jaloezie de overhand. Deze gevoelens zijn duidelijk te voelen in een scène waarbij Michal bij het koppel wordt uitgenodigd voor het diner. De spanning is dan ook om te snijden tijdens dit stil etentje. Gefocust op hun borden met eten weet Sylwia met haat gevulde blikken naar Michal te werpen. Nieradkiewicz weet zonder woorden maar met sterke gezichtsuitdrukkingen de gevoelens van Sylwia goed over te brengen.

Close-up

Deze gezichtsuitdrukkingen vallen extra op doordat de film voornamelijk is opgebouwd uit close-ups. Als kijker zit je dicht op de huid van Kuba, Michal en Sylwia. Elk klein detail van een bepaalde emotie krijgt hierdoor meer kracht. Dit wordt nog meer uitvergroot doordat de camera alleen scherp stelt op het personage vlak voor de camera. Een landschap, auto’s op een snelweg of renners op een atletiekbaan trekken hierdoor als wazige vlekken haastig voorbij op de achtergrond. Het benadrukt dat slechts de driehoeksverhouding tussen Kuba, Michal en Sylwia er toe doet in deze film. Floating Skyscrapers is een innemende drama waarbij de kijker zich nauw betrokken voelt bij de innerlijke tweestrijd waarin Kuba verkeerd.

Pijnlijke stiltes

Het doeltreffend gebruik van muziek en geluid versterkt nog meer het gevoel van betrokkenheid bij deze film. De langdurende close-ups van onder meer de wanhopige haatdragende blikken van Sylwia hebben, juist door de stilte, een grote impact op de kijker. Anderzijds worden de momenten van blinde woede uitvergroot door het gebruik van muziek. Agressieve en oncontroleerbare tonen begeleiden dan ook passend scènes waarin zelfcontrole ver te zoeken is.

Tomasz Wasilewski’s Floating Skyscrapers weet door stilte, close-ups en sterk acteerwerk de kijker nauw te betrekken bij de personages. Om je vervolgens achter te laten met het verontrustend gevoel dat vrijheid van seksuele geaardheid en acceptatie hiervan zelfs in onze huidige maatschappij slechts een illusie is.

 

Tags: , , , , , , , , , ,
Posted in Film, Recensie | No Comments »

Run & Jump is een sentimenteel verhaal over revalidatie

april 18th, 2014

De Ierse film van het jaar, zo kan Run & Jump ook wel genoemd worden. De film heeft de afgelopen award seizoen bijna alle Ierse en Europese filmprijzen in de wacht gesleept. Regisseur Steph Green vertelt het emotionele verhaal van een gebroken familie. Op een authentieke manier laat hij zo een onconventioneel familieportret zien, wat zeker de moeite waard is om te kijken.

In Run & Jump draait het vooral om de Ierse moeder Vanetia Casey (Maxime Peake) en haar echtgenoot Conor (Edward McLiam), die na een hersenbloeding zijn herinneringen en persoonlijkheid kwijt is. Conor is niet meer dezelfde man waar Vanetia ooit mee trouwde en ze vecht om haar huwelijk in stand te houden. Niet alleen Conor’s vrouw probeert opnieuw een band te smeden, maar ook zijn kinderen proberen hun nieuwe vader te accepteren. Om deze hectische en emotionele tijd nog intenser te maken krijgt de Casey-familie de Amerikaanse dokter Ted Fielding (Will Forte) in huis om Conor te observeren voor zijn research.

Realistische openbaring

Hoewel er al vaker films zijn verschenen die het verhaal vertellen van een heftige revalidatie, is Run & Jump heel anders. De film draait niet om Conor en zijn revalidatie, maar belicht de situatie van Vanetia, en de connectie met haar man. Ze zoekt naar verschillende manieren om hun oude huwelijk terug te krijgen, maar hoe hard Vanetia er ook voor vecht, het zal nooit meer hetzelfde zijn. En dat is waar de film het meest weet te raken. Het verdriet en de frustratie van Vanetia is realistisch en weet op een indrukwekkende manier sentiment op te roepen.

Regisseur Steph Green (New Boy) debuteert zijn eerste lange speelfilm met Run & Jump, en levert gelijk een buitengewoon resultaat. De film heeft onder andere Beste Ierse Speelfilm op het Galway Film Awards en Beste film op het Valladolid International Film Festival gewonnen. De Ierse film heeft terecht deze prijzen gekregen, en staat nog genomineerd bij andere grote internationale filmfestivals.

Showsteler

Het verhaal van Run & Jump klinkt heel pijnlijk en somber, maar de film heeft ook zo zijn grappige en levendige momenten. Wanneer Vanetia en Ted samen een joint roken om de stress en frustraties eens te laten gaan, ontstaat er een komisch en tevens ontroerende scène. Beide personages leggen hun familie problemen op tafel en laten op die manier een andere kant van zichzelf zien.

De grootste bron van de film’s levendige momenten zijn Peake en Forte. Hoewel Forte nogmaals weet te schitteren na de kaskraker Nebraska (2013), weet Peake de show te stelen met haar stralende karakter. Ze heeft een helderheid en kracht over haar acteerwerk hangen waarmee ze alle aandacht van de kijker weet te trekken.

Regisseur Steph Green weet met behulp van Maxime Peake en Will Forte het verhaal van deze imperfecte en opmerkelijke familie tot leven te brengen in Run & Jump. De conflicten waar de familie mee strijdt worden op een warme manier overgebracht en dat zorgt voor een bijzondere film.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,
Posted in Film, Recensie | No Comments »

Jeroen de Pessemier: “Dit is het eerste album dat we echt als een groep hebben gemaakt”

april 18th, 2014

Minder stampen en meer luisteren. Dat blijkt de insteek voor het nieuwe album van The Subs. Op het derde album, Hologram, is het Belgische elektro-trio een nieuwe weg ingeslagen. CultuurBewust.nl sprak met frontman Jeroen de Pessemier in de zon voor Ekko in Utrecht over hun nieuwe album Hologram, dat ze daar afgelopen zaterdag voorstelden.

- Hologram klinkt duidelijk anders dan de vorige twee albums van The Subs: meer pop. Waarom is dat?

“Wij speelden al langer met het idee om een popalbum maken. The Subs hebben een bepaald geluid en daar kennen mensen ons van, maar wij willen ons blijven ontwikkelen. Ik wilde experimenteren met harmonieën en zanglijnen. Hologram is een popalbum geworden, maar wel met die weirde twisten van The Subs.”

- Op Hologram staan ontzettend veel gastoptredens, waarom heb je daarvoor gekozen?

If you want to go pop, dan moet je een goede stem hebben en moet het allemaal kloppen. Met stemmen van bijvoorbeeld Selah Sue of Jay Brown lukt dat. Brown is een beginnende singer-songwriter. Vanaf het begin dat ik haar hoorde spelen, was ik ontzettend onder de indruk van haar stem.  Ik heb haar gevraagd om samen met mij nummers te gaan maken. Dat ging heel goed, zij kan heel veel verschillende stijlen. Een aantal nummers zijn ook door haar bedacht. ‘Hologram’ was bijvoorbeeld door haar geschreven op gitaar, dat hebben we daarna omgezet en op ‘Cling to Love’ klinkt ze bijvoorbeeld bijna als Kylie Minogue.

Er staan ook twee nummers met rapper Danny Greene op het album. Hij is echt een karakteristiek figuur uit het Londense nachtleven.  Hij is geen professioneel rapper, maar daardoor is zijn boodschap des te authentieker. Nadat ik hem ontmoette, moest en zou ik een nummer met hem maken. Het heeft wel drie maanden geduurd voordat we een afspraak hadden, want hij heeft niet eens een gsm. We hebben ‘The Bottle’ samen met Greene gemaakt. De opnames voor dit nummer begonnen moeizaam. Maar toen zei ik tegen hem, dat hoor je ook in het intro van het nummer, je bent heel goed met associaties. Daarop zei hij, “ja dat klopt” en toen ging hij los. Het nummer hebben we daarna in een keer opgenomen.”

- Jij woont in Londen, de andere twee leden van The Subs wonen nog steeds in België. Bemoeilijkte dat het maken van dit album?

“Nee totaal niet. We hebben alle nummers of onderdelen steeds naar elkaar toe gestuurd via dropbox. Doordat we elkaars werk voortdurend luisterden en bewerkten, voelt dit ook als het eerste album dat we samen gemaakt hebben. Normaal maak ik de nummers alleen. Verder hebben we elkaar af en toe ontmoet, bijvoorbeeld met de opname van de zanglijn van ‘Trapped’.”

- ‘Trapped’ is een jaren tachtig hit van Colonel Abrams.  Jullie hebben hier een nieuwe versie van gemaakt. Wat hebben jullie met dat nummer?

‘‘Wiebe (producer van The Subs, Wiebe Loccufier) is een fan van dit nummer. Er bestaat een a capella versie van ‘Trapped’ en hij probeert die al jaren te pitchen bij ons. Hij test die zangpartij over bijna iedere nieuwe beat. Nu vonden we eindelijk een match.”

- Colonel Abrams heeft het nummer zelf opnieuw ingezongen. Was het makkelijk om hem te vinden en kon hij nog wel zingen?

“Nee, dat was een heel avontuur. We wilden eerst de a capella versie gebruiken, maar we kregen de rechten van die sample niet. Toen besloten we Abrams zelf te vragen, maar we wisten niet waar hij was. We zijn als social media-detectives op internet gaan zoeken om hem op te sporen. Via zijn oude manager vonden we Abrams uiteindelijk in een motel in New Jersey. Hij heeft tijdens onze ontmoeting niet verteld waarom hij daar woonde, dus het is mij niet duidelijk geworden wat er verder in zijn leven is gebeurd, maar we waren wel erg verbaasd.

Vervolgens hebben we hem naar onze studio in Gent gehaald. Toen hij aankwam wilde hij eerst naar de kapper en nieuwe kleding hebben. Hij vond dat als hij het nummer opnieuw ging inzingen hij wel volledig als Colonel Abrams moest zijn. Zijn stem was niet goed, maar we hebben hem flink wat Baileys en spare-ribs gegeven en toen opeens was daar de juiste klank weer.”

- Het album heeft door alle gastoptredens veel verschillende stijlen, vind je niet dat het album hierdoor minder een geheel is?

“Ik denk dat het zeker wel een consistent album is. Het is alleen anders dan een album van bijvoorbeeld Disclosure. Daarop klinken de zangers allemaal erg gelijk. Nu heb je vijf totaal verschillende zangers, dus totaal verschillende identiteiten. Toch past het allemaal wel bij elkaar. ‘Concorde’ klinkt misschien meer zoals ons oudere werk, maar dit nummer bestaat al langer. De eerste demo daarvan is denk ik al twee jaar oud. Toch hoor je ook hier dat er meer melodielijnen inzitten. Alle nummers hebben meer harmonie en daarom voelt het wel als een geheel.”

Tags: , , , , , , , , , , , ,
Posted in Interview, Muziek | No Comments »

« Older Entries |

Volg ons

Nieuwsbrief

Ja, ik ontvang graag tweewekelijks de tofste culturele uitgaanstips.